Stijn Kluft– verslavingsarts KNMG bij Jellinek
"Verslaving gaat niet puur over middelen. Het gaat vooral over mensen."
Wat ik zo mooi vind aan het werk als verslavingsarts, is dat je zo dicht bij de kern van mensen komt. Je hebt te maken met biologische, psychologische en sociale factoren. Ook wordt steeds duidelijker dat verslaving een hersenziekte is. Hoe het brein daarin een rol speelt, blijft enorm fascinerend. Waarom grijpt iemand naar een middel? Wanneer is het nog een eigen keuze en wanneer niet meer? Hoeveel controle heb je eigenlijk over je eigen gedrag, je impulsen? Dat soort vragen maken dit vak ontzettend interessant. Verslaving gaat niet puur over middelen. Het gaat vooral over mensen. Over bijvoorbeeld coping, trauma of gewoontevorming. Over iemands rol in de samenleving, over omgaan met stress, succes en falen. Als zorgverlener binnen de verslavingszorg moet je kunnen schakelen tussen al deze lagen. Dat vraagt ook creativiteit.
Vindingrijk zijn
Als verslavingsarts leer je alle kanten van het vak kennen; zowel ambulant als klinisch. Werken in het team voor ambulante zorg, dat mensen met een langdurige verslaving ook thuis bezoekt, vind ik nu het leukst. Dan kom ik ook wel eens schrijnende situaties tegen. Mensen waarbij je merkt dat zij zorg aan het mijden zijn. Om dan de aansluiting met hen te vinden, moet je als arts soms echt je vindingrijkheid inzetten. Dat maakt het werk uitdagend, maar ook heel menselijk. Zo was ik eens bij iemand op huisbezoek. Vanwege zijn verslaving met onderliggend een hevige psychiatrische co-morbiditeit, was het lastig om een goede arts-patiëntrelatie op te bouwen. Creatief denken helpt dan bij het zoeken naar een connectie. Ik zag een tafelvoetbaltafel staan. Toen hebben we eerst samen een paar potjes gespeeld. Het ijs was gebroken.
Fascinatie menselijk lichaam
Ooit koos ik voor de studie Geneeskunde omdat ik gefascineerd was door het menselijk lichaam. Op school vond ik biologie, scheikunde en natuurkunde de leukste vakken. Maar ik wilde ook iets met mensen doen, iets sociaals. Tijdens mijn coschappen en de snelle dynamiek met de patiënten miste ik vaak het persoonlijke contact: het sociale aspect, met meer ruimte voor het gesprek en het verhaal. In de sociale geneeskunde vond ik dat wél, vooral binnen de psychiatrie en huisartsenzorg. In combinatie met mijn fascinatie voor het brein en de neurologie viel tijdens mijn coschap verslavingsgeneeskunde alles op zijn plek. Om dat verhaal achter de verslaving te ontdekken en aansluiting te vinden bij de doelgroep, is lekker jezelf blijven – als arts en als persoon – de beste tip. Ik vind dat ook echt de kracht van de verslavingszorg.
Destigmatisering en samenwerking
Goed samenwerken met andere disciplines in de zorg klinkt als vanzelfsprekend, maar in de praktijk is dat nog lang niet altijd zo. Er bestaan nog steeds een aantal vooroordelen – zowel over onze doelgroep als over de verslavingsgeneeskunde. Onder zorgverleners kan bij klachten van patiënten nog wel eens worden gedacht: Ach, dat zal wel door de verslaving komen. Waarna deze patiënten bij ons in de verslavingszorg terechtkomen, terwijl soms niet goed genoeg is gekeken of er misschien nog andere medische problemen spelen.
‘Wat doet iemand bewust en wat onbewust? Het is psychologisch, ethisch én neurologisch interessant’
Dat is risicovol. Zo was er een man met een overdosering aan opiaten. Maar bij doorvragen bleek dat hij die gebruikte vanwege ondraaglijke maagpijn. Uiteindelijk bleek hij een maagperforatie te hebben. Zulke verhalen blijven je bij. Want de reden waaróm iemand gebruikt, is zo belangrijk. En juist dat maakt ons vak zo boeiend: je zoekt niet alleen naar de klacht, maar juist naar het verhaal daarachter. Dat zet ook wel aan het denken: hoe vaak worden er diagnoses gemist, omdat we als zorgverleners te makkelijk in onze eigen hokjes blijven denken?
Tussen de zeelui
Tijdens mijn coschappen woonde ik op een boot op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord. Overdag het ziekenhuis, ’s avonds tussen de schippers, matrozen en zeelui. Omringd door mensen, die net als iedereen hun problemen hebben, maar daar niet omheen draaien. Dat maakte indruk. Ik kreeg daar echt oog voor de hardheid van het bestaan. Het besef hoe snel iemand kan afglijden in onze samenleving, raakte me. Zo kan iemand kwetsbaar worden voor verslaving. Natuurlijk zijn sommige mensen kwetsbaarder van nature, maar – door bijvoorbeeld pech – kan het uiteindelijk gewoon iedereen overkomen.
Maatschappelijk
Landelijk beleid ten aanzien van kwetsbare groepen wisselt sterk en is daardoor ook onzeker, mede door wisselende coalities. Ook voor onze doelgroep binnen de verslavingszorg. Daar moeten we ons hard voor maken. Zolang er onbegrip en vooroordelen bestaan, moeten we volgens mij de verbinding zoeken, vooral door te blijven uitleggen. Die educatieve rol vind ik zelf belangrijk. Uitleggen. Herhalen. Mensen meenemen, dingen helder maken. De-stigmatiseren. Dan kom niet alleen ik als verslavingsarts, maar komen ook wij als maatschappij, steeds dichter bij de kern van de mens.