Merlijn Campfens – verslavingsarts KNMG bij Novadic-Kentron

“Ze verdienen een realistische positivo”

Toen ik tijdens mijn coschappen in het ziekenhuis of in een huisartsenpraktijk vertelde dat ik verslavingsgeneeskunde wilde gaan doen, was de reactie altijd wat verbaasd. Ze hadden er eigenlijk helemaal geen idee of beeld bij, maar toch vonden ze er iets van. Als ik er meer over vertelde, dan hoorde ik in mijn eindgesprek vaak: ‘Mooi vakgebied en zoals we jou hebben leren kennen ook echt een passende keuze!’

Stethoscoop
Verslavingsgeneeskunde kwam deels bij toeval op mijn pad. Halverwege mijn studie had ik het coschap psychiatrie. Ik werd gekoppeld aan een psychiater in de verslavingszorg, maar de psychiatrie voelde te beperkt. Ik miste naast de gesprekken en medicatie toch de somatiek. Tijdens zijn vakantie kon ik met een aantal verslavingsartsen meelopen. En hé, die waren ook praktisch in de weer. Zelf ECG’s maken, bloeddruk meten… Hier kon ik mijn stethoscoop echt gebruiken! Ik heb zo een aantal werkplekken gezien: de polikliniek, de kliniek en de methadonpost. Het was een combinatie van sociaal, psychisch en somatisch. Klinisch – maar dan buiten het ziekenhuis – én ambulant op de poli. Mijn interesse was gewekt.

Verrassend
Na 1 jaar werken als basisarts in de verslavingszorg solliciteerde ik al voor de opleiding. En ik ben nu sinds een aantal maanden verslavingsarts KNMG bij Novadic-Kentron in Brabant. Ik werk op de poli in een FACT- en specialistisch GGZ-team. Ik zit niet alleen op kantoor maar ga ook vaak mee op huisbezoeken. Ik kom veel verschillende mensen tegen in uiteenlopende omstandigheden. Wat mij blijft verrassen, is dat de gesprekken met cliënten veel minder draaien om middelen of het gebruik ervan dan gedacht wordt. Eigenlijk heb je het vooral over hoe iemands leven in elkaar zit. Wat heeft iemand bewogen om te gaan gebruiken? En wat is er nodig om dit te veranderen?

Muurtjes wegpraten
In dat gesprek moet ik meestal eerst een muurtje wegpraten. Ze zijn vaak al zo’n tijd aan het proberen en ploeteren voor ze bij mij komen. In hun traject is niet iedereen in de positie geweest om alle tijd en aandacht te kunnen geven. Een huisarts heeft 10 minuten. Als je dan hebt gebruikt of te laat komt, wordt een goed gesprek lastig. Ze zijn vaak zorgmijdend geworden. Die weerstand moet eerst overwonnen worden. Dan vraag ik: ‘Wat voor week heb je achter de rug? Vertel.’ Ik ben oordeelloos. Dan zie je ze ontspannen. Dan bouw je vertrouwen op en doen we het samen.

Wit hondje
In de opleiding is Motiverende gespreksvoering een belangrijk vak. Daarin heb ik geleerd dat ik goed moet luisteren naar wat iemand nu zelf wil. En waaróm. Dat is geen automatische vaardigheid. Want kom je ergens thuis waar het vies is en waar iemand al dagen met de gordijnen dicht zit, is je eerste gedachte toch: schoonmaken en frisse lucht. Of iemand heeft totaal ontregelde diabetes. Dan wil ik als arts dat als eerste aanpakken, terwijl daar de motivatie om te veranderen nog niet te vinden is. Misschien is de grootste wens weer terug naar een werkplek kunnen, of beter contact met familie. Dan is dát het belangrijkste, of die suikers nu onstabiel zijn of niet.

‘Ze zijn vaak al super lang aan het vechten voordat ze mij zien. Dan verdienen ze een realistische positivo.’

Merlijn CampfensVerslavingsarts KNMG, Novadic-Kentron

Ooit was ik met een collega op huisbezoek bij iemand met wie het erg slecht ging. We zaten op de bank, te praten over hoe het ging. Ik zag veel foto’s van een klein wit hondje, maar geen mandje. Dus ik vroeg in een reflex: ‘Waar is je hondje?’ Bleek dat die elders was ondergebracht, omdat het te slecht ging. Dat hondje weer kunnen uitlaten, werd dé motivatie om het herstel te starten. Dat is het zetje dat ik geef.

Lekker
Met alleen maar praten, kom je er trouwens niet. Je moet ook een beetje streng durven zijn. Net als flexibel zijn ingesteld en een open mind hebben. Ik sta er zelf meestal heel positief in. Ben niet gauw moedeloos te krijgen. En ik bedenk me steeds: als het echt slecht met iemand gaat, dan is elk verschil dat ik kan bereiken ook enorm, toch? Ik ben al blij met kleine succesjes. Of wij, eigenlijk. Je doet het natuurlijk samen met de cliënt en de rest van het team. En daarbij, als ík niet positief ben over iemands traject, wie dan wel? Ze zijn vaak al heel lang al aan het vechten voordat ze mij zien. Hebben allemaal gedoe gehad. Nou, dan verdienen ze een realistische positivo.