Leonie van Kleef – verslavingsarts KNMG bij Brijder
“Intakegesprekken blijven leuk en boeiend, ook na 12 jaar verslavingszorg”
Weet je wat ik een van de leukste aspecten van mijn vak vind? Het intakegesprek. Daar komt heel veel in samen van wat verslavingsgeneeskunde zo bijzonder maakt en van de dingen waar ik persoonlijk energie van krijg. Het ontmoeten van mensen die ik anders nooit ontmoet zou hebben, het horen van een nieuw verhaal, iemand het gevoel geven dat daar echt naar geluisterd wordt… Nou ben ik gezegend met een hele dosis energie van mezelf en dat is maar goed ook, want ik vind naast mijn werk ook veel andere dingen leuk. Hardlopen, paardrijden, tuinieren en in de eerste plaats mijn gezin natuurlijk. Daarom werk ik ook 36 uur in 4×9. Zo heb ik een extra dag vrij. Gelukkig ben ik erg gedisciplineerd
Teamwork
Ik werk 3 dagen in de week bij de polikliniek van Brijder in Leiden. En 1 dag in de week op de vestiging Katwijk, de kliniek Duin en Bollen. Twee teams onder hetzelfde management, zelfstandig, maar wel met overlap. Team Duin en Bollen is een bijzonder en leuk team, van zo’n 10 man, dat zowel outreachend (bij de mensen thuis) werkt als poliklinisch of op de medicatiepoli, dat is de methadonverstrekking. Daarin zitten een psychiater, een verslavingsarts, een verpleegkundig specialist, twee SPV’ers (sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen), een ggz-psycholoog, een ggz-agoog en een aantal verpleegkundigen.
Beslissingen nemen
Als regiebehandelaar zet ik soms alleen de lijnen uit en ben ik verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van cognitieve gedragstherapie bij een cannabisverslaving. In andere gevallen ben ik wel actief betrokken bij de behandeling, zoals bij mensen met een verslaving aan medicatie. Of om iemand te helpen met stoppen te drinken.
‘Mensen met een verslaving aan medicatie voelen zich vaak niet thuis binnen de verslavingszorg. Ze hebben ze toch voorgeschreven gekregen tegen klachten.’
Juist dat werken met een team is voor mij echt de ideale setting. Ik zou nooit in mijn eentje een praktijk als verslavingsarts kunnen hebben. Toen ik geneeskunde ging studeren dacht ik: als ik maar hard genoeg leer en alles weet, kan ik steeds de juiste beslissing nemen. Dat is natuurlijk niet zo. Elke beslissing is een risicoafweging. Het is nooit zwart-wit. Bij complexe gevallen kan dat echt lastig zijn en dan is het fijn dat je met zijn allen tot een gewogen beslissing komt.
Archeologie en Frans
Ik heb een brede interesse, van archeologie tot talen als Frans, maar al jong had ik de droom om dokter te worden. In de eerste jaren van mijn geneeskundestudie dacht ik nog neurochirurg te willen worden, want ik vind de werking van de hersenen heel erg interessant. Maar ik merkte dat invasieve handelingen verrichten helemaal niet bij mij past. Ik liet chirurgie varen en startte de opleiding tot huisarts, want ik heb ook interesse in de achtergrond en omgeving van de patiënt. In mijn tweede jaar kwam ik bij centrum Eetstoornissen Ursula te werken. Daar vond ik het zó leuk dat ik er 5 jaar ben gebleven. Uiteindelijk wilde ik toch meer dan alleen basisarts zijn, en voor eetstoornissen bestond geen opleiding. Een vacature bij Brijder in Leiden en de herinnering aan de inspirerende verslavingsarts Romeo Ashruf die ik tijdens een coschap ontmoette, bracht me op verslavingsgeneeskunde. Ik solliciteerde bij Brijder en werd aangenomen. Een jaar later kon ik starten met de opleiding tot verslavingsarts.
Gastric bypass-hypothese
Na 12 jaar geeft me dit nog steeds de uitdaging die ik nodig heb. Bij Brijder hebben we sinds een aantal jaar het Expertisecentrum Medicatieafhankelijkheid ECMA. Daar behandelen we mensen met verslavingen aan opiaten, zoals oxycodon en fentanyl, of mensen met een benzodiazepineverslaving, zoals oxazepam of diazepam. Dat zijn mensen die zich vaak niet zo goed thuis voelen in de verslavingszorg, want ze hebben de medicijnen voorgeschreven gekregen tegen pijn of andere klachten. Opvallend vaak zien we vrouwen die na een gastric bypass een verslaving ontwikkelen. Aan alcohol of medicatie bijvoorbeeld. Mijn hypothese is dat de onderliggende emoties die eerst werden gesust door eten, niet ineens weg zijn na de operatie. En dat daar bij sommigen een ander coping mechanisme voor in de plaats komt. Zo trof ik een vrouw, getrouwd, doorsnee gezin, prima baan, zonder verslavingsvoorgeschiedenis. Binnen een jaar na het starten met oxycodon vond al dosisescalatie plaats. Met extreem gedrag als shoppen op Marktplaats en bij andere dokters voor dat medicijn. Na overzetten op een ander medicijn was het hele verslavingsgedrag weg en konden we werken aan de onderliggende problematiek.
Graafwerk en handen en voeten
Voor deze groep is dus een prettig eerste contact met ons enorm belangrijk. En ik vind het heel leuk om de persoon die tegenover je zit te leren kennen: wat hebben ze meegemaakt, wat heeft hiertoe geleid? Het is een kluwen om te ontwarren. We krijgen ook mensen uit andere landen in behandeling. Dan is het uitdagend om zo goed mogelijk te communiceren met iedereen. Of dat nu samen met een tolk of gewoon met handen en voeten is.
Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik alles ben geworden wat ik wilde: dat graafwerk van de archeologie, de werking van de hersenen, de juiste taal vinden om te kunnen communiceren… Dat heeft allemaal zijn bestemming gevonden in mijn vak als verslavingsarts. Ik vind het heerlijk werk!