Daan Buitenhuis – verslavingsarts KNMG bij Brijder
“Ik wist precies wat ik wilde. Dacht ik…”
Patiënten? Daar wilde ik zo weinig mogelijk mee in gesprek hoeven gaan. Want praten met patiënten is eng. Met dat idee startte ik mijn geneeskundeopleiding. Ik wilde radioloog worden. Gewoon beelden beoordelen en bouwen op je technische en analytische skills. Dus dat ik nu verslavingsarts KNMG bij Brijder ben, is wel de tegenovergestelde bestemming.
Routewijziging
Ik was een technische jongen. Op school lagen biologie, natuur- en wiskunde me goed. Dingen uitvogelen en puzzelen, ik hou wel van mezelf uitdagen. Net als van gamen of klussen. Levels halen, moeten improviseren… En een studie Geneeskunde was niet voor iedereen haalbaar, dus die uitdaging met mezelf ging ik aan. Route bepaald. Maar tijdens mijn coschappen basisarts moest ik natuurlijk wél met patiënten praten. En wat bleek, daar kreeg ik verrassend genoeg juist de meeste energie van. Ieder gesprek bood weer een andere ervaring. Ik boog mijn route wat af en ging juist die patiëntgesprekken meer opzoeken. Psychiatrie lag daarbij voor de hand. Ik was vastberaden om psychiater te worden.
De tunnel uit
Mijn laatste coschapstage liep ik bij een kliniek in zowel verslavingszorg als psychiatrie. Toch hield de tunnelvisie hardnekkig stand: ik zag alleen de psychiatrie. Als voorbereiding op de opleiding begon ik te solliciteren. Maar met één ding had ik geen rekening gehouden: het ontbreken van vacatures in de regio. Dan toch het ziekenhuis in? Of de regio uit waar ik nou juist heel doelbewust via al mijn stages mijn netwerk in had opgebouwd? Ik stuurde een open sollicitatie aan alle managers in de regio. Een verslavingskliniek in Den Haag reageerde. Prima, dacht ik. Mooi meegenomen als ervaringsplek.
‘Ik had alleen maar over de inhoud van mijn toekomstige vakgebied nagedacht. Niet over de mogelijkheden eromheen’
Eyeopener
Aan het einde van mijn eerste jaar vroeg de verslavingsarts daar: ‘Waarom ga je niet voor de opleiding?’ Bam. Weg uitgestippelde route. Heel irritant, want zeker weten wat ik wilde gaan doen, had me altijd rust gegeven. Onzekerheid en twijfel sloegen toe. Wat nu? Ik bevroeg psychiaters en verslavingsartsen in mijn omgeving: wat past volgens jullie bij mij? Maar kiezen moest ik uiteraard zelf doen. Mijn eigen manager Zorg opende me de ogen. Hij zei: ‘Verslavingszorg is een heel klein en jong vakgebied. Het heeft nog weinig kans gehad zich te ontwikkelen. Er is dus veel onbekend en onbepaald. Dat kan veel frustraties geven en je wordt waarschijnlijk voor dingen ingezet die buiten je puur medische taken als arts vallen. Dus je moet ook nog beslissen wat voor sóórt verslavingsarts je wordt. Ga je voor nadruk op organisatie, onderwijs of iets anders?’ ‘Het is pionieren,’ besloot hij. Kijk, en dát vond ik interessant.
Ik had tot dan toe alleen inhoudelijk nagedacht over mijn toekomstige vak. Niet over wat er mogelijk breder nog bij komt kijken. Bij verslavingsgeneeskunde kun je meer zijn dan alleen een clinicus. In oktober 2024 ben ik als verslavingsarts bij Brijder in Hoofddorp aangenomen om een nieuwe afdeling op te zetten. Niet uit de ambitie om manager te worden, maar wel om de zorg kwalitatief te verbeteren.
Het grotere plaatje
We zijn een detoxafdeling speciaal voor patiënten met een verslaving, die zo kwetsbaar of zo ziek zijn dat ze elders tussen de wal en het schip van de ggz en de somatische geneeskunde vallen. Echt schrijnende gevallen weet ik uit ervaring. Tijdens mijn poli-stage zag ik dat voor zo’n patiënt met multiproblematiek iedere zorgpartij de boot afhield. Uiteindelijk geplaatst, was de patiënt te verzwakt en overleed. Daar wil ik wat aan doen. En hier durven we dit soort casussen op te pakken. We denken niet in hokjes.
Ik houd me nu dus ook bezig met logistiek en de inrichting. Stilstaan bij hoe zo’n afdeling, met een veelal oudere doelgroep, nu functioneert. Nadenken over valgrepen, type klokken… Zorg is zoveel meer dan het behandeltraject alleen. Ook de zorgomgeving is belangrijk. Ik ben nu bezig met het grotere plaatje. En de dynamiek met het personeel vraagt me om leiderschap te tonen. Heel wat anders dan alleen klinisch redeneren.
Durf!
Tegen die jonge student die ooit niet met patiënten wilde praten, zou ik willen zeggen: ‘Hoe meer je begrijpt van hoe mensen in elkaar zitten, hoe minder eng het wordt.’ Nieuwsgierig zijn is zo belangrijk. Ik was nieuwsgierig en bleek het gewoon leuk te vinden. Dus durf!
Gamen doe ik soms nog. Het grappige is dat ik ook daarin van koers ben veranderd. Ik speel nu vooral multiplayer spellen met vrienden samen, in plaats van shooter games of real time strategy. Of Minecraft of Mario Kart met mijn jonge zusje. Zelfs in gamen zoek ik die verbinding op. Bestemming bereikt, zou ik zeggen!